Voor het laatst bijgewerkt op: 21-06-2003

Ragnarok

‘Aaaaah’
Met een kreet schoot Bjarni rechtop in zijn bed. Trillend en met angstzweet op zijn lichaam zat hij daar.
Weer die nachtmerrie. Weer die verschrikkelijke beelden. Laat ze weggaan! Ik wil die angst niet!
In het bed naast hem kwam zijn oudere broer Mickel kreunend overeind, en keek hem slaapdronken aan. Hij wreef eens in zijn ogen en bij het licht van de nasmeulende haard zag hij de angst in de ogen van zijn broertje. Hij pakte de tuniek die op de stoel naast hem lag, trok die aan en stapte uit bed om op de rand van het bed van Bjarni te gaan zitten. Hij sloeg zijn arm om hem heen en vroeg waar hij zo van geschrokken was. Zijn broertje zat intussen zachtjes te snikken, de tranen liepen over zijn wangen.
‘H.Het...het was een verschrikkelijke d.d.droom,’ stamelde hij.
‘Rustig maar, broertje, het is maar een droom.’
‘Waarom krijg ik die droom dan elke nacht?’ huilde Bjarni.
Daar moest Mickel het antwoord op schuldig blijven.
‘Bij Mjollnir!’ schold Bjarni door zijn tranen heen, ‘wat ik zie, lijkt wel een van de Einherjar te zijn.’
Einherjar!
Mickel huiverde bij de gedachte dat de Einherjar het land zouden binnenvallen. Hij vermande zich echter en stelde zijn broertje gerust, ‘dat zal wel loslopen, Bjarni. Einherjar hier, daar geloof ik niets van.’
‘Het gezicht zag eruit als een doodshoofd, hij droeg een metalen helm met leren oorstukken,’ ging Bjarni rillend verder.
Mickels adem stokte, ook hij had angst voor de Einherjar, want hun komst zou het begin van de beslissende slag inluiden, de slag der goden.
‘Hij had ook laarzen aan en banden rond zijn knieën, en een korte tuniek die de armen en benen vrijliet. Bovendien stonk hij als de hel.’
‘Had hij geen wapens?’
‘Jawel, hij had een half afgebroken zwaard in zijn linkerhand.’
‘Hm,’ bromde Mickel, ‘kennelijk net zwaar in gevecht geweest.’
‘Hij kwam dreigend op me af, en ik stond als versteend. Ik word altijd wakker als hij me wil aanraken. En ik zie ook steeds Walkuren voorbij vliegen.’
‘Hm, wel vreemd dat je deze droom zo vaak hebt, misschien moeten we er eens mee naar de dorpsoudste,’ merkte Mickel op.
‘Nee, dat wil ik niet,’ klonk het stellig.
‘Waarom niet, Bjarni? Misschien kan Thorvald er meer over zeggen.’
‘Nee, ik wil er niet meer over praten. Ik ben bang van dingen die met Ragnarok te maken hebben, Mickel,’ klonk het angstig doch beslist.
Mickel zag de vrees op het gezicht van zijn broertje en besloot er voorlopig over te zwijgen.

Die nacht was de laatste nacht dat Bjarni de nachtmerrie kreeg. In de maanden die volgden kwam de afschuwelijke droom niet terug. De winter werd lente. En beide broers vergaten langzaam wat er was gebeurd. Het boerenleven had hun aandacht nodig. Het land moest bewerkt worden; klaargemaakt voor het nieuwe seizoen. Ze gingen vissen in de fjorden. Ze kapten hout voor de haard.
Nog meer maanden volgden. De lente werd zomer. De tijd van het midsommerfest kwam eraan. Bjarni’s tiende fest, waar hij zich al stilletjes op verheugde.
Hij liep door de vikingnederzetting heen op weg naar zijn heim. Het was al laat op de avond en hij liep in het schemerlicht van de niet ondergaande zomerzon. Het was een heldere dag geweest, en er was geen wolkje te bekennen aan de okerkleurige lucht. Hij draaide zich om omdat hij een geluid hoorde achter zich.

Hij kon zijn ogen niet geloven. Daar voor hem verdichtte zich de lucht en ontstond er een soort mist. Langzaam trok de waas op. De jongen stond aan de grond genageld, zijn ogen wijd opensperrend.
Voor zijn ogen materialiseerde een van de Einherjar die hij maandenlang in zijn dromen had gezien. Alles leek nu bewaarheid te worden. Het zweet brak hem uit, maar hij was verlamd. Een raaf vloog al krassend voorbij.

Langzaam kwam de gestalte op hem af, het gebroken zwaard omgeheven in de linkerhand. De krijger stak zijn rechterhand uit en greep Bjarni vast bij de keel. De penetrante geur van rottend vlees hing overal. Achter hem weerklonk het geluid van een koeienhoorn. Walkuren vlogen door de lucht. Alles verliep net als in zijn droom.
Toen werd het zwart voor zijn ogen…




Dit verhaal is geïnspireerd door onderstaand plaatje. Het is mijn inzending voor een korte verhalen schrijfwedstrijd van Alex de Jong.

Inspiratieplaatje