Voor het laatst bijgewerkt op: 17-05-2003



Jaar nul

Licht, een vreemd verschijnsel, niet eenduidig te bevatten.
En onbegrijpelijk voor velen.
Maar onontbeerlijk voor allen die willen leven.
Zonder licht leven we in een wereld van blindheid.
En zullen vele schone zaken nooit door levende ogen worden aanschouwd.
Zonder licht gaan we dood, zonder licht is er geen leven, zonder leven is er niets.
Stilte.
Eenzaamheid.
Verlatenheid.
Vacuüm.
De alomvattende diepzwarte duisternis.
We zijn het stof der sterren, minuscule deeltjes in een oneindig universum.
Verstrooid door krachten die we niet kunnen doorgronden.

Rastipoteles - Boeken van wetenschap en kennis - deel 15 8e katern


Langzaam kwam hij bij uit zijn verdoving. Hij opende zijn ogen en keek om zich heen. Niets dat hij zag, kwam hem bekend voor. Alles was zachtwit van kleur en hoewel de kamer verlicht was, kon hij niet ontdekken waar het licht vandaan kwam. Het leek wel of het licht werd uitgestraald door de muren en het plafond. Hij lag op iets zachts dat zich helemaal had aangepast aan zijn lichaam. Het leek nog het meest op een bed. Hij kon zich totaal niet herinneren hoe hij hier terecht was gekomen en ook niet waarom. Het was er ongelofelijk stil, het enige dat te horen was, was zijn eigen ademhaling. Langzaam richtte hij zich een beetje op en keek rond, maar de kamer was leeg op een deur na in de muur links van hem.
“Aha, ik zie dat je eindelijk wakker bent,” klonk een stem die duidelijk van een man afkomstig was.
Verrast omdat de stem nergens vandaan scheen te komen, zweeg hij even. Maar toen hij van de verassing bekomen was, vuurde hij gelijk verschillende vragen af op de onbekende stem. “Wie bent u? Wat doe ik hier? Hoe kom ik hier? Wat is er aan de hand?”
“Helaas kan ik geen van deze vragen beantwoorden, je zult daar zelf achter moeten komen. Zie je de deur aan je linkerkant? Achter deze deur zul je een gang vinden met een groot aantal deuren. Ga deze deuren een voor een af en ontdek wat zich erachter bevindt. Verder kan ik je niet helpen. Veel succes.” En de stem zweeg.
“Wacht!” riep hij, “waar ben ik?”
Maar de stem gaf geen antwoord. In zichzelf vloekend opende hij de deur en stapte erdoor. In de gang gekomen keek hij eerst om zich heen. Aan de linkerkant zag hij verschillende deuren, allemaal van andere grootte, zowel hoogte als breedte verschilden. Aan de rechterkant was alleen een lange donkere gang met heel in de verte een zwak licht. Hij besloot om eerst die gang eens te inspecteren, expres negerend wat de stem hem had gezegd. Ver kwam hij echter niet. Wat hij ook probeerde, hij kwam geen meter vooruit in de gang. Het leek wel alsof de gang onder hem weggleed terwijl hij liep.
“Die kant is voor jou voorlopig nog verboden terrein. Ga de andere kant op,” zei de stem.
Weer probeerde hij wat de vragen maar het bleef verder stil.

De eerste deur

Nieuw leven, de parel van de voorplanting van een soort.
Samensmelting van 2 cellen leidend tot een compleet nieuw organisme.

O schoonheid, gij pracht van het leven
Uw bron zal voor immer liefde geven
Continu zal Uw warmte ons continu voeden
En als een wervelwind door ons woeden

Airitaria – Lofzang op het leven – Boek 1 - tweede verhandeling

In arren moede opende hij op goed geluk een van de eerste deuren die hij tegenkwam. Hij stapte binnen in een ruimte eender aan die waarin hij ontwaakt was. Met hetzelfde diffuus licht en zachte kleuren. De deur sloot zich zachtjes achter hem en het licht veranderde. Het leek wel of de ruimte veranderde, langzaam zag hij wazige beelden voor zich verschijnen. Een nauwe tunnel, het was vochtig, een flauw licht scheen naar binnen. Enkele golven van een of andere vloeistof kwamen door de tunnel zetten. Langzaam ging het beeld door de tunnel naar het licht. Plotseling was er een fel licht en hoorde hij het gekrijs van een baby. Hij hoorde een mannenstem zeggen: ‘Het is een jongen’. Die stem kende hij! Dat was de stem van zijn vader. Met een schok realiseerde hij zich dat hij zojuist zijn eigen geboorte had meegemaakt. Hij had geen andere broers, dus dit moest hijzelf zijn. Zijn ogen begonnen wat te wennen aan het felle licht en hij zag wazige vlekken. Alles leek wel op zijn kop te staan, het licht kwam vanonder in plaats van van boven. Alle sensaties kwamen met golven op hem af; dan weer heftig, dan weer zachtjes. Hij voelde zich draaierig worden van al die transiënte en fluctuerende verschijnselen. Hij sloot zijn ogen om alle verwarring buiten te sluiten. Langzaam stierven alle geluiden weg en ook het geflikker voor zijn ogen verdween. Na enige tijd opende hij zijn ogen weer en zag de gang met de vele deuren weer voor zich. Er was wel iets veranderd merkte hij. De deur die hij zojuist was binnengegaan was verdwenen… Voor hem waar de deur eerder wel had gezeten, was nu alleen een muur te zien. Hij voelde aan de muur, maar die was perfect glad, zelfs geen naad was te voelen of te zien.
Daar was die stem weer!
‘Dat was de eerste deur, ga nu naar de volgende en ontdek wat zich daarachter bevindt.’
‘Hallo!”, riep hij, “wat is de bedoeling hiervan?’
Maar de stem zweeg weer net als eerder ook het geval was.
Zuchtend liep hij naar de volgende deur in deze zo steriele uitziende omgeving.



Wordt vervolgd...


Geschreven door Ziburan.