Voor het laatst bijgewerkt op: 17-05-2003
Licht, een vreemd verschijnsel, niet eenduidig te bevatten.
En onbegrijpelijk voor velen.
Maar onontbeerlijk voor allen die willen leven.
Zonder licht leven we in een wereld van blindheid.
En zullen vele schone zaken nooit door levende ogen worden aanschouwd.
Zonder licht gaan we dood, zonder licht is er geen leven, zonder leven is er
niets.
Stilte.
Eenzaamheid.
Verlatenheid.
Vacuüm.
De alomvattende diepzwarte duisternis.
We zijn het stof der sterren, minuscule deeltjes in een oneindig universum.
Verstrooid door krachten die we niet kunnen doorgronden.
Rastipoteles - Boeken van wetenschap en kennis - deel 15 8e katern
Nieuw leven, de parel van de voorplanting van een soort.
Samensmelting van 2 cellen leidend tot een compleet nieuw organisme.
O schoonheid, gij pracht van het leven
Uw bron zal voor immer liefde geven
Continu zal Uw warmte ons continu voeden
En als een wervelwind door ons woeden
Airitaria – Lofzang op het leven – Boek 1 - tweede verhandeling
In arren moede opende hij op goed geluk een van de eerste deuren die hij tegenkwam.
Hij stapte binnen in een ruimte eender aan die waarin hij ontwaakt was. Met
hetzelfde diffuus licht en zachte kleuren. De deur sloot zich zachtjes achter
hem en het licht veranderde. Het leek wel of de ruimte veranderde, langzaam
zag hij wazige beelden voor zich verschijnen. Een nauwe tunnel, het was vochtig,
een flauw licht scheen naar binnen. Enkele golven van een of andere vloeistof
kwamen door de tunnel zetten. Langzaam ging het beeld door de tunnel naar het
licht. Plotseling was er een fel licht en hoorde hij het gekrijs van een baby.
Hij hoorde een mannenstem zeggen: ‘Het is een jongen’. Die stem
kende hij! Dat was de stem van zijn vader. Met een schok realiseerde hij zich
dat hij zojuist zijn eigen geboorte had meegemaakt. Hij had geen andere broers,
dus dit moest hijzelf zijn. Zijn ogen begonnen wat te wennen aan het felle licht
en hij zag wazige vlekken. Alles leek wel op zijn kop te staan, het licht kwam
vanonder in plaats van van boven. Alle sensaties kwamen met golven op hem af;
dan weer heftig, dan weer zachtjes. Hij voelde zich draaierig worden van al
die transiënte en fluctuerende verschijnselen. Hij sloot zijn ogen om alle
verwarring buiten te sluiten. Langzaam stierven alle geluiden weg en ook het
geflikker voor zijn ogen verdween. Na enige tijd opende hij zijn ogen weer en
zag de gang met de vele deuren weer voor zich. Er was wel iets veranderd merkte
hij. De deur die hij zojuist was binnengegaan was verdwenen… Voor hem
waar de deur eerder wel had gezeten, was nu alleen een muur te zien. Hij voelde
aan de muur, maar die was perfect glad, zelfs geen naad was te voelen of te
zien.
Daar was die stem weer!
‘Dat was de eerste deur, ga nu naar de volgende en ontdek wat zich daarachter
bevindt.’
‘Hallo!”, riep hij, “wat is de bedoeling hiervan?’
Maar de stem zweeg weer net als eerder ook het geval was.
Zuchtend liep hij naar de volgende deur in deze zo steriele uitziende omgeving.